Preview – De lector

De uitgeverij lijkt uitgestorven als Sander binnenkomt. Hij loopt door de gang naar zijn kamer en opent de deur. Blijft dan stokstijf staan. Iemand heeft het manuscript terug op zijn bureau gelegd. Vanuit die positie ligt het hem verwijtend aan te staren. Hij trekt zich terug, speurt links en rechts de gang door. Niets, niemand. Aarzelend doet hij een stap de kamer in. Een plank kraakt onder zijn voeten. Alsof hij op dit teken gewacht heeft, draait de stoel achter het bureau om. Sanders lichaam reageert reflexmatig, hij voelt de neiging tot vluchten, vergeet daarbij de laagte van de deur. Met een doffe bonk raakt zijn hoofd de dorpel. Hij slaakt een kreet van pijn.

“Slecht geweten?” Marjolijn slaat zijn schrik geamuseerd gade. Ze zit onderuit gezakt in zijn stoel, de benen over elkaar geslagen. Ze draagt een denim rokje met witte rafels bij de rand, de oranje maillot daaronder verdwijnt ter hoogte van haar kuiten in een paar afgetrapte soldatenkisten. De bleekheid van haar gezicht wordt geaccentueerd door de brede lijnen kohl rond haar ogen. Sander wrijft met zijn hand over de pijnlijke plek op zijn hoofd, waar langzaam een bult ontstaat.
“Je liet me schrikken. Wat kom je doen?”
Ze gaat op het puntje van zijn stoel zitten en kijkt hem met een lachje om haar mond aan.
“Ik kwam even op bezoek. Gewoon. Kijken hoe mijn paps het maakt.” Ze wrijft met haar rechterhand het gekreukelde voorblad van het manuscript glad. “Gierst met Tutti Frutti, van Sabine Desmet. Vreemde titel.”
Als haar hand het papier loslaat, springt het vel weerbarstig terug. “Dit lag bij de prullenbak. Vond je het niet mooi?“ Ze kijkt hem even aan, pakt het werk op. Hij bedwingt de neiging het uit haar handen te rukken, volgt haar nauwlettend, als een kat die naar een vogel loert.
Ze laat de bladzijden tussen haar vingers ritselen. “Zonde hoor, van zoveel werk. Hoelang is iemand hier nou mee bezig? Een jaar? Twee jaar?”
“Leg dat terug. Nu.” Zijn stem klinkt scherper dan hij wil.
“Waarom? Is het geheim?” Treiterend slaat Marjolijn ter hoogte van het midden de bladzijden open. Ze houdt het manuscript op met twee handen, als een priester die klaarstaat voor de schriftlezing. Dan kijkt ze hem aan en steekt plagerig haar tong uit. Op die tong, dik en wellustig glimmend, een zilverkleurige parel.

“Sinds wanneer heb jij een tongpiercing?” Hij vergeet op slag het manuscript, oprecht verontwaardigd is hij. Even verstart ze, alsof ze beseft dat ze zichzelf met haar kinderachtige gebaar heeft verraden. Ze klapt het manuscript dicht en steekt haar kin uitdagend naar voren. “Sinds een week. Niet dat jou dat iets aangaat.”
“En Hedwig vond dat goed?
“Mama heeft er niets over te zeggen. Ik ben volwassen, ik woon zelfstandig.” Ze grijnst. “Maar ze was er op zijn zachtst gezegd niet blij mee.”
“Ik ben het helemaal eens met Hedwig. Het is lelijk. Verminking.”
Ze rolt met haar ogen. “Pap, doe niet zo ouderwets. Iedereen heeft tegenwoordig een tongpiercing.”
Hij zucht theatraal, maar is opgelucht dat ze van onderwerp zijn veranderd. “Als je de boel maar niet laat ontsteken,” zwakt hij af. Hij loopt naar het bureau en pakt nonchalant het manuscript van het bureau. “Hoe is het verder met je?”
Ze wrijft in haar handen. “O, goed. Zijn gangetje. Enkel een klein liquiditeitsprobleempje.”
Hij lacht gespeeld schamper, daar komt de aap uit de mouw.

Bij de deur klinkt een aarzelend gekuch. Hij draait zich om, verandert in een schuchtere schooljongen.
“Hanne,” zegt hij en voelt de verandering in zijn stem, in zijn ogen, in zijn lijf. “Ken je mijn dochter al?”
Hanne staat wat onhandig in de deuropening, een pakketje papieren in haar handen.
“Hoi.” Ze knikt naar Marjolijn, kijkt weer naar Sander, reikt hem de stapel papier aan. “De laatste hoofdstukken van de proefdruk die jullie vanmiddag gaan bespreken. Heb je tijd om die door te nemen voor drie uur?“ Donker zijn haar irissen, het frisse blauw lijkt verdwenen achter haar pupillen.
Hij knikt. “Is goed,” zegt hij werktuiglijk. Hij pakt de papieren aan, kijkt haar na door de gang als ze wegloopt.
“Jezus pap, ze had je dochter kunnen zijn,” zegt Marjolijn, als hij de deur heeft dichtgedaan. Ze staat op, loopt om het bureau en omhelst hem. De zoetzware geur van wiet in haar haren. Hij besluit haar opmerking te negeren.
“Is 100 euro genoeg?”
En als ze knikt en hem op de wang kust: “Goed dan. Ga met me eten vanavond. Dan heb ik het geld bij me.”

Zodra ze weg is opent hij de onderste lade van zijn bureau, legt het manuscript erin, met het voorblad naar beneden en draait met de sleutel de deur naar zijn verleden dicht.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Home Page