Lowietje wil de koning zijn

(gepubliceerd in het literaire tijdscrift Op Ruwe Planken, mei 2015)

Lowietje wil de koning zijn. Maar dat mag niet van de juf. Jeroen wordt koning. Jeroen wordt koning en Lowietje boos. Als Lowietje boos wordt, moet er iets kapot. Kapotte dingen maken hem rustig. Het geluid van breken, uiteenspatten, kraken, scheuren of knappen werkt op hem als een kinderliedje op een huilende baby.

De juf raapt zuchtend de bladzijden van de grond en verzamelt ze in de kaft van het boek. Juf Yvonne heet ze en ze is best lief, maar ze snapt het niet. Zij denkt dat er goededingen in zijn rugzak zitten, maar het zijn alleen maar dingen die zwaarder lijken op deze school. Elke dag wordt de rugzak zwaarder, Lowietje langzamer en de kinderen in zijn klas sneller.

In de pauze staat Lowietje op het schoolplein in zijn eigen hoek. Hij staat met zijn rug tegen de muur van de school en kijkt naar Jeroen die aan het voetballen is. Jeroen zit in de Eejeen, dat zegt hij tenminste de hele dag. Lowietje snapt niet goed wat Eejeen is, maar de andere kinderen lijken het heel knap te vinden. Jeroen komt ook vaak in zijn voetbalshirt naar school, zijn voetbalnaam staat achter op zijn shirt: Ronaldo. Lowietje kan niet voetballen, hij kan geeneens goed rennen. Eén keer vroeg Lowietje of hij mee mocht doen, maar dat mocht niet. Dat was toen de schommel kapot ging.

“Je kunt niet de héle tijd van de andere kinderen verwachten dat ze zich aanpassen,” zei juf Yvonne ‘s middags tegen Lowietjes moeder. Ze zaten met zijn drieën in het verder lege klaslokaal. Lowietje keek naar buiten, waar Ronaldo met de andere jongens aan het voetballen was.

Maar in de musical heeft iedereen een rol. Dat heeft de juf beloofd. Ook dat het een mooi stuk is, met een koning die een prinses zoekt en een jaloerse ridder die de koning wil vermoorden. En verder een hoop schildwachten. De hele periode gaan ze aan de musical werken. Er zijn hulpmoeders, ze knutselen met grote stukken karton. De stukken zijn zo groot, dat je pas kan zien wat het is als je er ver vanaf staat. Het is een paleis. De torens dragen gekke hoedjes, als toefjes slagroom.

Ze moeten een toneelstukje doen en daarna gaat de juf de rollen verdelen. Lowietjes moeder heeft gezegd dat hij heel goed zijn best moet doen, dat hij dan misschien een mooie rol krijgt. Lowietje pakt zijn houten zwaard en verdedigt de eer van de prinses zo goed als hij kan. Na school zit Lowietje weer met zijn moeder en de juf in de klas. Het schoolplein is leeg: het is veel te warm om te voetballen. “Hij kan ook nooit al die teksten uit zijn hoofd leren,” zegt juf Yvonne. Ze ziet er moe uit.

Lowietje wordt een schildknaap. Hij moet kaarsrecht naast het paleis staan, met een uniform aan en een speer in zijn hand. Het is een hele mooie rol, vindt de juf. “Niet iedereen kan zo lang stilstaan,” zegt ze.

Het is heet in de aula. Lowietjes harige hoed kriebelt, zijn hoofd wordt warmer en warmer en de lampen strooien vlekken voor zijn ogen. Hij vergeet stil te staan. Net als de koning op zijn paard aankomt. De koning valt, het paard klapt dubbel.

“Oh, nee, Lowieieieietje!” roepen alle kinderen.

“Mongool,” zegt de koning.

Tsjak, zegt de speer.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Home Page